Onderzoekers hebben een moleculaire schakelaar (een molecuul in het lichaam dat bepaalde functies als het ware kan in- of uitschakelen) ontdekt die een gemeenschappelijk kenmerk lijkt te hebben met de ontwikkeling van leververvetting. De ontdekking werd gedaan bij onderzoek in muizen en is consistent met gegevens van menselijke patiënten, wat suggereert dat het wellicht een onderliggende verklaring voor de ontwikkeling van leververvetting bij mensen met obesitas is. Het rapport verscheen in het aprilnummer van Cell Metabolism.
De nieuwe ontdekking is een onderdeel van een grotere inspanning van het onderzoeksteam om een reeks van moleculaire schakelaars te onthullen die belangrijke functies hebben in de stofwisseling. “Deze moleculaire schakelaars zetten bepaalde genen of genetische programma’s aan of uit”, legde één van de onderzoekers uit. In het nieuwe onderzoek ging het team op zoek naar onderdelen van de regelmachines die van belang kunnen zijn bij leververvetting, een aandoening die nauw verwant is aan verschillende ziekten waaronder diabetes en hart- en vaatziekten.
“Vette lever kan een reden zijn voor de verdere ontwikkeling van insuline resistentie”, zei hoofdonderzoeker Herzig. “Het lijkt bij te dragen aan een aantal van de complicaties op lange termijn en is een onafhankelijke risicofactor voor cardiovasculaire complicaties.”
De onderzoekers keken naar muizen met een vette lever, veroorzaakt door verschillende genetische factoren of het dieet. In elk geval toonden die muizen ook een verminderde activiteit van de moleculaire schakelaar TBL1 in de lever. Toen de onderzoekers TBL1 hadden uitgeschakeld in de levers van gezonde muizen, lieten zij ook een opbouw van vet in de lever zien.
In de menselijke patiënten waren de TBL1-niveaus ook omgekeerd evenredig aan de hoeveelheid vet in de lever van een individu. Met andere woorden, wanneer de TBL1-niveaus naar beneden gaan, lijkt het erop dat de vetniveaus in de lever omhoog gaan.
“De nieuwe bevindingen zijn de eerste die TBL1 verbinden aan een biologische functie in een weefsel”, zei Herzig. Hij weet nog niet wat de oorzaak is dat de TBL1-niveaus dalen. Het kan zijn dat er een directe reactie is op signalen die binnen komen via vetzuren.
Hun onderzoek bij muizen wees verder nog op iets opvallends. De ontwikkeling van leververvetting volgend op de deactivering van TBL1 leidde daadwerkelijk tot zichtbare verbeteringen in de bloedsuikerspiegel en insulinegevoeligheid van de muizen. Er zijn andere onderzoeken geweest die suggereren dat de opslag van vet in de lever kan helpen om andere weefsels te beschermen. “Als je vet opslaat in de lever kan het vet overbelasting op andere plaatsen voorkomen”, volgens Herzig. Dat kan echter niet goed zijn op de lange termijn, gaat hij verder, maar vetopbouw in de lever kan tot op zekere hoogte worden teruggedraaid zonder lange termijn schade aan dat orgaan. Misschien zijn de slechte gevolgen die vaak geassocieerd worden met vette leverziekte afhankelijk van een tweede oorzaak, zoals een ontsteking. De waargenomen veranderingen in andere delen van het lichaam volgend op de manipulaties van de lever door de onderzoekers wijzen eveneens op de fascinerende complexiteit van onze stofwisseling.
“Een verandering in een orgaan kan ook andere organen beïnvloeden,” zei Herzig. “Het is niet goed genoeg om maar op één orgaan tegelijk de focus te leggen. Om het gehele systeem te begrijpen, zullen we nog beter moeten begrijpen hoe organen met elkaar communiceren.”
Meer informatie: Hepatic deficiency in transcriptional co-factor TBL1 promotes liver steatosis and hypertriglyceridemia. Cell Metabolism, 2011, DOI: 10.1016/j.cmet.2011.02.011
Bron: Cell Press, 5 april 2011


Facebook Reacties: